De Krant van West-Vlaanderen bracht deze week een opvallend cijfer: 56% van de gemeenteraadsleden voelt zich te weinig betrokken bij het beleid van hun gemeente. Dat is geen klein signaal. Een gemeenteraad hoort een plek te zijn waar verkozenen effectief mee richting geven aan beslissingen.
In De Panne herken ik dat gelukkig niet. Als raadslid binnen Het Plan-B, onderdeel van de Lijst Het Actieplan, voel ik mij wel degelijk betrokken en gehoord.
Dat heeft alles te maken met de manier waarop we binnen Het Plan-B werken. We investeren tijd in overleg, en dat maakt echt een verschil. We hebben drie structurele momenten:
1. De ledenvergadering, waar we maandelijks de volledige agenda van de gemeenteraad doornemen. Leden kunnen daar vragen stellen, bezorgdheden delen en mee denken over wat er leeft.
2. De mandatarissenvergadering, waar alle mensen met een mandaat samenkomen. Daar gaan we dieper in op dossiers, bespreken we details en behandelen we zaken die soms omzichtigheid vragen. Uiteraard met respect voor de regels van vertrouwelijkheid die bij een mandaat horen.
3. De bestuursvergaderingen, die vooral draaien rond de interne organisatie.
Voor mij als raadslid zijn zowel de ledenvergadering als de mandatarissenvergadering belangrijk. De ene geeft breed inzicht en input vanuit de partijbasis, de andere biedt ruimte om inhoudelijk diep te gaan binnen de contouren van ons mandaat. Die combinatie zorgt ervoor dat je echt mee kan wegen op het beleid.
Dat hoort normaal te zijn in elke gemeente, maar helaas blijkt dat niet overal zo te lopen. Ik betreur dat collega-raadsleden elders dat gevoel missen.
Maar ik ben tegelijk blij dat we bij Het Plan-B kunnen tonen dat het anders kan: met overleg, transparantie en respect voor ieders rol.
Het vraagt wat tijd en inzet, maar het maakt ons werk als gemeenteraadslid sterker en waardevoller, en dat doe ik met plezier.
Dus niet “voor spek en bonen”, maar met smaak.
Sander Delacauw